Gemert-Bakel: dialoog als sleutel voor succes

Door: De redactie
Geplaatst op: 16 december 2014

Ze groeide op als boerendochter in Handel, maar het boerenleven bleek uiteindelijk niets voor haar. Via de politiek haalt ze de band met het platteland nu toch weer aan: dit voorjaar trad Anke van Extel – van Katwijk aan als wethouder in Gemert-Bakel met ruimtelijke ordening en openbaar beheer in haar portefeuille. Investeren wil ze in boeren die ‘van goede wil’ zijn. Én in de dialoog.

Een vrolijke, frisse wind is Anke, die, zo zegt de zelf, ‘altijd uitgaat van de goede gedachte van de mens.’ Ook in de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. “Ik wil investeren in boeren die van goede wil zijn, die kansen zien, een perspectief voor zichzelf in lijn met de zorgvuldige veehouderij. Als een ondernemer binnen komt met een idee dan vind ik dat wij als gemeente niet moeten denken: ‘past dit binnen de regels?’ maar: ‘past dit binnen onze visie?’ Is dat het geval, dan kijken we wel hoe het ook binnen de regeltjes past. Regelgeving moet in eerste instantie dingen mogelijk maken, vind ik.”

Maar regelgeving kan ook op een andere manier nijpend zijn, weet ze. “Ik wil naar een veehouderij met draagvlak. Structurele overlast past daar niet bij. Bewoners ervaren overlast, terwijl de situatie volgens de wet past  binnen de regeltjes. Wil er een toekomst zijn voor de veehouderij, dan moet het vertrouwen worden hersteld.”

Duidelijkheid essentieel

Vertrouwen komt als ondernemers investeren in duurzaamheid, veiligheid en innovatie, gelooft ze. Moet de overheid dat afdwingen? “Ik heb drie jaar in Provinciale Staten gezeten. Dan wordt er heel snel gegrepen naar het voorbereidingsbesluit. Een overheid slaat met de vuist op tafel: ‘en nu gebeurt er helemaal niks meer!’ Daar ben ik niet voor, want je zet alles op slot, ook de verandering en de innovaties. Voor inwoners is het misschien even prettig, maar je brengt er geen oplossing mee.

Soms duren processen jaren. Voor burgers lijkt het dan alsof een gemeente geen keuze durft te maken. Je moet als gemeente lef durven tonen en duidelijkheid geven. ‘Nee’ is een antwoord, ‘ja’ ook. Hetzelfde geldt voor handhaving: als iets niet goed gaat, moeten we als gemeente daar ook tegenop durven treden. Op die manier laat je ook zien dat slecht ondernemen zeker niet beloond, maar aangepakt wordt.”

Het probleem met duidelijkheid ziet ze ook als het gaat om de nertsenhouderij. “Wij zijn één van de weinige gemeenten met heel veel nertsen. Die problematiek zie je dus bijna nergens. Daardoor blijft de uitwerking van de regelgeving achter. Een ondernemer zal niet investeren als er geen duidelijkheid is. Er is bijvoorbeeld nooit onderzoek gedaan naar het effect van luchtwassers in de nertsenhouderij, en een nertsenhouder is niet verplicht om een luchtwasser te plaatsen.”

Dialoog, ook in urgentiegebieden

Sommige ondernemers nemen dan toch op eigen initiatief maatregelen, omdat ze met de gemeente en de omgeving in overleg blijven. Anke ziet die dialoog ook als belangrijkste sleutel voor succes. In Gemert-Bakel voeren ze de dialoog al jaren, lang voordat de provincie ermee op de proppen kwam. “Het hoort er gewoon bij. Er speelt veel, dat mag en kan je niet negeren. Dus moet je met mensen in gesprek.” Zo ook bij het oplossen van knelpunten in de urgentiegebieden. Gemert-Bakel heeft geen strakke lijntjes getrokken, maar richt zich wel voornamelijk op twee gebieden: Elsendorp en de Rips, waar ten tijde van de reconstructie LOG’s zijn aangewezen. “Daar zit de meeste overlast; in dat opzicht is de reconstructie geslaagd. Maar er is wel extra aandacht nodig. Er zijn nu een soort mini-urgentieteams actief, klankbordgroepen van inwoners, agrariërs, de huisarts. Mensen kijken samen hoe ze verbeterplannen kunnen maken.”

Anke vindt het positief dat de provincie de verantwoordelijkheid voor het aanpakken van urgentiegebieden bij de gemeenten heeft neergelegd. “De verantwoordelijkheid moet liggen waar die hoort.” En hoewel ieder een rol heeft in deze problematiek, mag de overheid de handschoen nog best iets nadrukkelijker oppakken. “Kijk naar mestverwerking: we hebben besloten dat het moet, maar geen enkele gemeente wil het hebben.”

Bussen vol

Anke ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Wanneer is ze over vier jaar tevreden? “Als er knelpunten zijn opgelost. Ik hoop dat we de zorgvuldige veehouderij een plek weten te geven. De veehouderij heeft voor Gemert-Bakel een groot economisch belang. Dat blijft ook zo. We moeten dus kansen blijven zien in dat buitengebied. Maar wel op de goede manier. Gemert Bakel is pilot geweest voor de reconstructie. Er kwamen toen bussen vol mensen hier naartoe die wilden kijken hoe wij dat hadden gedaan. Iedereen was laaiend enthousiast. Afgelopen jaren wordt Gemert-Bakel gemeden, er is stank, denkt iedereen, en overlast. Ik hoop dat mensen over vier jaar zeggen: ‘dat hebben ze weer goed voor elkaar daar in Gemert-Bakel’. Dat er straks voor onze innovaties en zorgvuldige veehouderij weer bussen vol langs komen.”

Voeg een reactie toe