BUURMAN & BOERMAN 2 - geur, meur en odeur

Door: Frank van den Dungen en Herman Litjens
Geplaatst op: 11 november 2015

We lieten u als lezers beslissen. Zie BUURMAN & BOERMAN 1. Makkie dus. Geur, meur & odeur staan op 1. Met stip. Alles wat de neus beroert scoort.

En dat terwijl in hartje Tilburg, Breda, Oss of Den Bosch geen varken te bespeuren is. Nou ja, één zeug met biggen op een sokkel voor het provinciehuis. Maar die kun je met je ogen dicht nog niet ruiken. Anders was 5 odeur al lang de bovengrens in de BZV. Onze oproep in deze duo-blog moet dus relatief veel respons gekregen hebben van lezers op het platteland. En van één beleidsmaker. Een die zich kan verplaatsen in de problematiek waar boeren én burgers daarbuiten mee te kampen hebben.

Buurman: De intensieve veehouderij staat dus in een kwade reuk. Toch groeien ze tegen de wind in.

Boerman: Wat wil je? Onze boeren werden verplicht te investeren in luchtwassers. Specifiek om de natuur te beschermen tegen ammoniak. Over geurwassers heeft niemand gerept. En ook een boer kan zijn geld maar één keer uitgeven. Bovendien is er minder geur omdat veel boeren gestopt zijn.

Buurman: Klopt. Maar je wilt nu meer maatschappelijk draagvlak voor de sector. Meest effectief om iets aan geur te doen. Stank – die term past beter bij mijn ervaring – is een voortdurende belasting. 365 dagen per jaar. 24 uur per dag. 7 dagen per week.      

Boerman: Je weet wel beter, Buurman. Je neus signaleert een geur. Hoe jij die geur waardeert is subjectief. Dat is de hedonische waarde. Verschilt per persoon. Geur kan als prettig worden ervaren. Of als hinderlijk. Maar los van deze beleving, is iedere neus – ook die van jou – na een kwartier gewend. Dus er is 24 uur per dag geur. Maar dat is, zelfs in jouw geval, geen continue belasting.

Buurman: Weet ik. Weet ik. Maar weet je? Mijn sensoren springen telkens op rood als er iets verandert. Als ik thuis kom, ruik ik het. Als ik naar buiten ga, komt het op me af. Maar ik ruik het ook als ze ander voer krijgen. Of als de deur daar open staat. Of als de mest verwerkt wordt. En mijn handicap is, dat ik dan nu eenmaal niet de andere kant op kan ruiken.
 
Boerman: Oké. Oké. Daar heb je een punt. Maar wat wou je d’r aan doen? Want er moet iets gebeuren. Al het goeie wat de veehouderij doet, wordt nu overschaduwd door dat gezeur over odeur.  

Buurman: Probleem oplossen bij de bron. Ander varken. Ander voer. Andere stal. Andere indeling. Andere mestopslag. Andere mestverwerking, Andere ....  

Boerman: Ja, ja. Andere tijden. Andere burgers. Andere prijzen. Natuurlijk kan het anders. Maar er zijn drie punten waar je rekening mee moet houden. (1) Het moet breed haalbaar zijn. Dat betekent dat je er ook in oudere stallen iets mee moet kunnen. (2) Het moet betaalbaar zijn. Momenteel geen vetpot bij de varkens. (3) Het moet aantrekkelijk zijn. Je kunt zoiets niet eventjes wettelijk regelen.

Buurman: Kan ik helemaal volgen. Als ik doordenk zouden we eigenlijk een geur-remmer moeten hebben, waar ook de boer , zijn medewerkers en zijn varkens plezier aan beleven. Dan verkoopt zoiets zichzelf. Als het niet te duur is, tenminste.

Boerman: Nou. Daar hebben we dus de criteria geformuleerd. Maar zo’n geur-remmer kunnen wij hier samen niet zo een-twee-drie niet uit onze hoge hoed of platte pet toveren.          
     
Buurman: Nee. Dat lukt ons nu niet. Maar we kunnen hier wel een oproep doen. Aan alle slimmeriken op de HAS, Avans, Helicon, KW1 en andere scholen. En aan alle experts die elders geuren afvangen. In Rijnmond. Of in Antwerpen. En aan boeren die zelf iets nieuws uitgevogeld hebben.

Boerman: Ik heb het: Een wedstrijd. Een concours d’odeur. Een uitdaging. Voor jong talent en voor oude rotten. We nodigen iedereen uit om mee te denken om het geurprobleem uit de wereld te helpen. Denk met ons mee. Mail concoursdodeur@xs4all.nl      

Buurman: Goed plan. Ga ik thuis aankaarten. Doe jij dat ook?  Binnenkort  zien we elkaar weer. Dan  hebben we het over de jury. Over de inzendtermijn. En over de prijzen. Want er moet wel iets te winnen zijn.

Ik gooi alvast een balletje op:
Anne-Marie, wil jij de prijzen komen uitreiken? Want budget hebben wij nie, zo een-twee-drie.

 

Herman Litjens

&

Frank van den Dungen

 

Illustratie: Sarah Linde

Voeg een reactie toe