BOERENVERSTAND 14 – GEENGROEN, SCHAAMGROEN & BOERENFATSOEN

Door: frank van den dungen
Geplaatst op: 8 juli 2015

Gesprekje: Jij schrijft deze blog voor de Peelhorst? - Yep. En jij bent zelf van een burgerbeweging? - Jazeker. En jij noemt die blog van je BOERENverstand? - Klopt. Snap jij, dat ik het niet snap? - Yes. Wil je me het uitleggen? - Tuurlijk. Komt ‘ie: Voor jou kan dit niet. Een burger met boerenverstand. En dan nog wel een burger van een burgerbeweging. Jij gaat er vanuit dat alleen boeren boerenverstand kunnen hebben. Tja… Dat is misschien lang geleden ooit zo geweest. In het tijdperk dat boeren ook voor ‘stom’ werden weggezet. Ze hadden immers niet gestudeerd. Was ook niet nodig. Ze kregen het vak thuis met de paplepel ingegoten. En voor de rest was de natuur hun leermeester.

BOERENVERSTAND – WAAR ZIT DAT?

Tegenwoordig ligt dat anders. Maar eerst vertel ik je wat boerenstand is en waar het zit. Het is moeilijk om het boerenverstand te lokaliseren. Het is zeker geen ratio. Geen intellect. Geen primair instinct. Het is ook geen emotie of onderbuikgevoel. Het zit wel dichter bij het hart dan bij de hersenen. Maar als je het moet aanwijzen, zit het net boven het hoofd. Ergens bij het kruinchakra. Want boerenverstand heeft te maken met je intuïtie. Maar aan de andere kant zit het ook lager. Zelfs lager dan je basis-chakra. Want als je op je boerenverstand vertrouwt, dan kun je iets met je klompen aanvoelen.

BOERENVERSTAND – BIJ WIE KOMT HET VOOR?

Boerenverstand komt meer voor op het platteland dan in de stad. In de Randstad kom je het zelfs nauwelijks nog tegen. In de Amsterdamse grachtengordel is het een zeldzaamheid. Maar boerenverstand is zeker geen exclusief kenmerk van boeren. Ook daar is het zeldzamer geworden. Zeker in dit tijdperk, nu de meeste boeren een upgrade tot agrarisch ondernemer hebben ondergaan. De boer is geen boer meer. Door rationalisering van de bedrijfsvoering, economisering van de business en vergaande mechanisatie, is het boerenbedrijf een industrie geworden. En een aantal boeren is, sinds ál hun bedrijfsprocessen door ratio en bankrekening gestuurd worden, daarbij hun boerenverstand en tegelijk ook de verbinding met hun natuurlijke omgeving kwijtgeraakt.

HOE IS HET ZOVER GEKOMEN?

Een clubje wetenschappers en doordenkers, de RIDLV, voluit: de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding, heeft de situatie van de industrialiserende boer haarscherp geanalyseerd. In hun rapport wordt geconstateerd dat er sprake is van een verbroken verbinding op vrijwel alle fronten. Zo is de verbinding tussen de boer en de burger compleet verbroken. Maar ook de verbinding tussen de boer en zijn bodem, tussen de boer en zijn bedrijf en tussen de boer en het beleid is verbroken. Dat wordt verwoord in heldere taal en geïllustreerd met treffende voorbeelden. Het rapport legt niet alleen de vinger op de zere plek. Het geeft ook aan wat er moet gebeuren om de zaak weer gezond te maken. En da’s nie niks. 

RICHTINGGEVEND VOOR BRABANT

Het eerste Brabantberaad heeft in zijn slotverklaring de visie uit dit rapport neergezet als richtinggevend voor de Brabantse transitie. Het bestuur van de ZLTO heeft de analyse van de RIDLV zeker gelezen. In hun visie op 2020 wordt duidelijk gemikt op herstel van de verbinding met de omgeving. Maar voor individuele leden, en ook voor leden van de NVV, of voor intensive pigboys die helemaal nergens bij zijn, zijn de aanbevelingen uit het rapport nog een ver van mijn bed show. Kijk maar eens om u heen hoe het boerenbedrijf erbij ligt, als u van de zomer door Brabant rijdt, fietst of wandelt. Er liggen, zeker op het gebied van inbedding in de natuurlijke omgeving, nog heel wat uitdagingen langs de weg.  

SCHAAMGROEN

Er zijn natuurlijk boeren die het pico bello voor elkaar hebben. Maar er zijn er ook bosjes die formeel aan hun wettelijke plicht voldaan hebben met een miniem randje schaamgroen. En er zijn ook nog volop kale kansen: Hardgele silo’s. Versteende blokkendozen. Damwand en golfplaat. Een bouwblok in plaats van een boerenerf. Letterlijk. Er moet natuurlijk ergens wel groen staan. Of in ieder geval ooit eens aangeplant zijn. Of ingetekend, maar niet uitgevoerd. Zoveel procent. Wettelijk verplicht. Maar niet gedragen. Want rationeel bekeken zijn bomen en struiken natuurlijk alleen een extra kostenpost. En grote bomen al helemaal. Je ziet daar niks van terug in de kiloprijs. Dus waarom zou je?

DRIE FUNCTIES VAN GROEN

En dat terwijl je van iedere knotwilg gratis stekken kunt halen, die je tot wel 7 meter lang zó kunt poten. Mét groeigarantie. Van moeder natuur zelf. Dan heb je tenminste een begin. En dat is nodig. Want groen kan zoveel doen: Een stevige aanplant rond een stallencomplex heeft drie functies. Ten eerste het uitzicht. Stallen worden weer onderdeel van het landschap. Belangrijk. Het oog wil ook wat. Het buitengebied hoort er niet bij te liggen als een industrieterrein. Ten tweede heb je het fijnstof. Een stevige aanplant, met een mix van naaldhout en loofhout, levert een bijdrage aan de afvangst van fijnstof. En als je rond de uitlaat van de luchtwasser je bomen het gezelschap gunt van klimop, haal je het hoogste rendement uit je groen.

BOERENFATSOEN

Tenslotte de geur. Geur wordt, net als fijnstof, voor een deel weggefilterd door groen. Maar een goed ontworpen houtwal kan de luchtstroom, en daarmee de geurdeken, ook opstuwen. En daarmee kun je, tenminste als het niet windstil is, de stank over je buren heen tillen. De luwte erachter heeft een lengte van 10 tot 15 maal de hoogte van je windsingel. En je kunt met je klompen aanvoelen dat zoiets je punten oplevert in de dialoog. Maar als je je boerenhart zou volgen, zou je het eigenlijk sowieso al doen. Zonder wettelijke verplichting. Zonder subsidie. Want groen, dat is gewoon boerenfatsoen. Toch? En dat het werkt? Tuurlijk. Dat wist je met je boerenverstand al lang.    
 

frank van den dungen

 

Illustratie: Sarah Linde

Voeg een reactie toe