BOERENVERSTAND 13 – MINDER DIEREN & TWEE KEER TIEN MANIEREN OM JE BUREN TE PLEZIEREN

Door: frank van den dungen
Geplaatst op: 16 juni 2015

Elk vak heb experts. En alle experts hebben vakjargon. Zo ook geur. Geurexperts hebben het over hedonische waarden. Klinkt chique. Maar de hedonische waarde is niks anders dan de beleving van geur. Je kunt een geur positief waarderen of negatief.

Als het positief is heb je het over een heerlijk luchtje. Of over ’n mooi aroma. Daarmee kun je een wijn aanprijzen. Maar ook mensen mee genezen. Aromatherapie. Je kunt een geur ook negatief beleven. Dan heet ‘t stank. Stank is pathogeen. Je kunt er ziek van worden. Daar is recent een rapport over verschenen. Maar daar gaan we het nu niet over hebben. We mikken op de plussen van minder geur. Twee keer tien tips om je boerderij hedonisch op te waarderen.

Krimp: fundamentalistische paradox 

Minder dieren lijkt de simpelste manier om de geuroverlast te verminderen. Krimp van de veestapel. Brabantbreed krijgt dit idee steeds meer aanhangers. Ook in kringen van bestuurders. Navenant de overlast van de veestapel groeit, neemt de bereidheid toe om er een rem op te zetten. Steeds meer mensen willen minder dieren. Maar, het is sociaal-economisch nogal een ingreep. En er zitten ook adders onder het gras. De mensen die minder dieren willen, willen ze meestal ook beter huisvesten. Diervriendelijker. En dan bedoelen ze liefst buiten. Vrije uitloop en zo. En dan heb je je boerenverstand hard nodig. Want als je de veestapel halveert en je haalt de overblijvende helft onder de luchtwassers uit, dan zal de stankoverlast op z’n minst verdubbelen. Daarom. Kijk verder dan je neus lang is.    

Limburgse lessen 

De roep om krimp van de veestapel zal vanzelf minder worden als de geuroverlast afneemt. En er zijn heel wat mogelijkheden om de stank terug te dringen. Recent verscheen in opdracht van de provincie Limburg en de LLTB het rapport "Handvatten om de geuroverlast te verminderen". Een helder overzicht met pakweg tien manieren om je buurman te plezieren. Want dat is het achterliggende uitgangspunt van deze Limburgse lessen in stankreductie. Het meest probate middel blijkt preventie. Door het voorkomen van hokbevuiling valt veel geurwinst te behalen. Héél véél. Maar er is daarnaast ook een heel scala aan technische verbeteringen mogelijk. Van geurvermindering via het voersysteem, de stalinrichting, de rooster, de mestopslag, de ventilatie, de luchtwassers tot minder stank via gekoelde kadaveropslag. Essentieel hierbij is dat Limburg een zak stimuleringsgeld ter beschikking heeft gesteld.  Ze gaat 50% bijleggen bij maatregelen die 25% minder stank opleveren. Zoiets laat je als boer natuurlijk niet aan je neus voorbijgaan.

Vlaamse ‘mildering’ 

Iets zuidelijker heeft de Vlaamse overheid haar neus ook in het geurprobleem gestoken. Zij heeft onder het motto “Boeren met Buren” ook een tiental praktische maatregelen op een rijtje gezet om de stank terug te dringen. Onder de "milderende maatregelen in de stal" vind je onder andere optimalisatie van de ventilatie, vermindering van eiwit in het voer, brijvoermanagement, hygiënisch werken en verkorten van de verblijfsduur van mest. Onder de “milderende maatregelen buiten de stal” is opvallend veel aandacht voor de aanleg van groen als buffer en filter voor stank.      

Nog géén Brabantse geur-remmers-regeling

In de Peelhorst hebben we meer varkens en kippen dan in Limburg en Vlaanderen samen. En ook meer overlast. Maar ik zoek vergeefs naar een Brabantse top tien van bewezen remedies om de stank in te perken. Terwijl we hier volop innovatieve boeren hebben. En sommigen doen hun stinkende best om de geuroverlast te beperken. Eric van den Heuvel uit Nistelrode vernevelt pro-biotica. Hij gaat daarmee niet alleen MRSA, maar ook geur en fijnstof te lijf. Harry Henst uit Schaijk vond het varkenstoilet uit. Marijke Nooijen uit Erp heeft dat idee toegepast in haar diervriendelijke varkenspension. Erwin van der Wielen uit Vinkel smoort met z’n feeder de stank van voervermorsing in de kiem. En Gezinus Bonkestoter uit Heesch broeit op ‘n revolutionaire techniek om Brabantse boeren en burgers méér lucht te geven. Voorbeelden uit mijn kleine kringetje. Er zijn er natuurlijk véél meer. Maar wat we missen is een toegankelijk overzicht. Een rijtje simpele geur-maatregelen die zich in Brabant in de praktijk bewezen hebben. En behalve dat overzicht, missen we ook een experimenteer-regeling om nieuwe zaken uit te kunnen proberen. En, Annemarie, zo’n Limburgse geur-remmers-regeling, die hebben we hier ook nog nie.

 

frank van den dungen

 

Illustratie: ‘de Brabantse varkensstapel’ Sarah Linde

Voeg een reactie toe