BOERENVERSTAND 12 – M’N NEUS

Door: frank van den dungen
Geplaatst op: 12 mei 2015

Vier onderzoekers. Twee toonaangevende instituten. IRAS en GGD. Zo’n dikke dertig pagina’s. Eén rapport. Eén onderwerp. Geur. De zaak wordt van twee kanten belicht. Dat wel. Aan de ene kant de geurbelasting. Dat is de met aroma’s beladen lucht die de stal uitkomt. Aan de andere kant de geurhinder. Dat is de geurdeken die vanuit de stallen neergelegd wordt op de omgeving. Geur die als stank ervaren wordt door mijn neus. Maar ook door de neuzen van omwonenden en voorbijgangers. Verder is er veel vakjargon. Het wemelt van termen als niet-olfactorische factoren, sensitiviteitsanalyse en blootstellingresponsrelatie. Eén conclusie kun je direct trekken. Ga niet scrabbelen met een geuronderzoeker. Dat win je nooit.

geurpatroon

Alle gekheid op ’n stokje. M’n neus is een goeie graadmeter voor stank. Hij reageert op elke verandering in de geurenzee om me heen. Bijvoorbeeld als de buurman op ander voer overstapt. Of als de deuren van de stal open gezet worden. Of als er geladen wordt. Of als de wind gedraaid is. Of, nog erger, als de wind is gaan liggen. Soms word je ’s nachts zelfs wakker van zo’n verandering. Na pakweg een kwartier is je neus echter aan het nieuwe geurpatroon gewend. Dan wordt zelfs dát weer als normaal geaccepteerd. Zo weet ’n neus te overleven.

jouw neus tegen die van ‘n ander

Het rapport bewijst ook dat m’n neus het doorgaans bij het rechte eind heeft. Zo wordt geconcludeerd dat je meer last hebt van stank, als de geurbelasting vanuit de stal groter is. En de onderzoekers komen tot de slotsom dat de stank van kippen en varkens als heftiger ervaren wordt dan de geur van koeien. M’n neus wist dat al. Maar prettig dat zoiets nu wetenschappelijk onderbouwd is. Dan sta je toch wat steviger in de dialoog. Want anders is het jouw neus tegen die van een ander. Toch?

cumulatie-sensor

Een belangrijke conclusie uit het rapport is ook dat de overlast vaker voorkomt en ernstiger is dan op basis van de berekende oudeur-eenheden aangenomen zou mogen worden. Dat komt omdat de rekenmodellen voor geur niet deugen en daarin ook geen rekening gehouden wordt met de cumulatie van geuren van andere stallen. Voor mijn neus geen nieuws. Die is van huis uit uitgerust met zo’n cumulatie-sensor.

boerenverstand

Al met al genoeg aanleiding om het beleid rond geur grondig te updaten. Temeer daar er onlangs nóg een geuronderzoek is gepubliceerd. Ook van de IRAS. In dit (Engelstalige) onderzoek wordt geconcludeerd dat omwonenden van stallen, die meer stankoverlast hebben, daardoor ook meer gezondheidsklachten hebben. Tegelijk signaleert het rapport dat deze mensen vaker hoger opgeleid zijn. Mijn boerenverstand zegt dat zoiets natuurlijk niet aan de stank te wijten is. En er wordt ook geconstateerd dat ze niet met hun klachten naar de huisarts gaan. - Tuurlijk niet. Die kan daar niks aan doen. Ze moeten bij de buurman zijn. Díe kan er wel iets aan doen.

24/7 visitekaartje

En daar wringt de schoen. In geen van de rapporten, of reacties op de uitkomsten ervan, wordt gesignaleerd dat hier een mega-kans ligt voor de branche. De intensieve veehouderij kent voor omwonenden in essentie twee pijnpunten. 1) Hinder. 2) Risico. Van het risico ben je je niet alle dagen bewust. Dat de intensieve veehouderij een potentieel gevaar vormt voor de volksgezondheid, is namelijk niet waarneembaar. Dat merk je pas als het al te laat is. Als er een nieuwe afkorting uitbreekt. Stankhinder is er echter altijd. En dat merk je dag en nacht. Zeven dagen per week. Stank is daarom het visitekaartje van alles wat er mis is met de industriële veehouderij. 

zero emissie

Veehouders proberen vandaag de dag de hele winkel aan PR-instrumenten te benutten om hun bedrijfstak beter te presenteren en wat op te leuken. Maar er wordt navenant weinig gedaan aan de oorzaak van hun negatieve imago. De aanhoudende stankhinder. En juist daar ligt de basis voor maatschappelijke ópwaardering. Dus, veehouder, als je op zoek bent naar draagvlak, zet dan in op forse vermindering van de stank. Beter nog: zero emissie. Want je kunt als burger of buurman van goede wil zijn. Hoog of laag opgeleid. Toegerust met een la-la neus of met een 1e klas reukorgaan. Maar je kunt ‘m niet uitzetten. De geurgevoeligheid van je neus omlaag zetten kan evenmin. De andere kant op ruiken gaat ook al niet. Op geen enkele manier. De stank terugdringen daarentegen, kan wel. Op héél veel manieren.

 

frank van den dungen
 
Illustratie: Sarah Linde

Voeg een reactie toe