Urgentiegebieden

De partners in het Brabant Beraad hebben afgesproken dat zij overlast gaan aanpakken die veehouderijbedrijven op een aantal plekken in Brabant veroorzaken. In 2020 moet die overlast verdwenen zijn. Om mensen en partijen te ondersteunen is er vanuit het Brabant Beraad een Urgentieteam opgericht.

Op deze pagina kunt u de ontwikkelingen van de aanpak van urgentiegebieden volgen. Meer informatie over urgentiegebieden en het urgentieteam vindt u door op de informatiebutton rechts hiernaast te klikken.

Aanpak Urgentiegebieden

In de “Nadere Afspraken van het Brabant Beraad”(20 januari 2014) en bij de behandeling van de Structuurvisie en Verordening ruimte in Provinciale Staten (7 februari 2014) zijn afspraken gemaakt die er toe moeten leiden dat er in 2020 geen overbelaste situaties meer zijn in relatie tot de veehouderij. Hieronder geven we de gemaakte afspraken weer, voorzien van een eerste uitwerking.

Wat zijn urgentiegebieden?  

Urgentiegebieden worden gevormd door één of meer overbelaste situaties als gevolg van onder meer een te hoge belasting met geur en/of fijn stof. Daarnaast speelt de beleving van omwonenden m.b.t. het leefklimaat en de gezondheidsrisico’s een belangrijke rol bij de totstandkoming van de bepaling van urgentiegebieden. De omvang van een urgentiegebied wordt lokaal bepaald. Het kan hierbij zowel gaan om relatief kleine gebieden als ook om grotere, eventueel gemeentegrensoverschrijdende, gebieden. De aard en omvang van het urgentiegebied zijn bepalend voor wat de snelste en effectiefste aanpak is. Op kleine schaal krijg je bijvoorbeeld de mensen die een direct belang (burgers en boeren) hebben gemakkelijk aan tafel en is een snellere en effectievere aanpak mogelijk, bijvoorbeeld door inzet van een goed opgezette en begeleide dialoog. Grotere gebieden bieden meer flexibiliteit, bijvoorbeeld bij het koppelen van stoppende aan door ontwikkelende ondernemers. Rondom urgentiegebieden zijn er zogenoemde ‘impactgebieden’, dat is een grotere zone waarin overlast vanuit het urgentiegebied ervaren wordt.
In het Brabantberaad is afgesproken dat de gemeenten de urgentiegebieden aanwijzen. Zij doen dit in samenspraak met de bewoners in het gebied. De provincie en de andere partners in het Brabantberaad ondersteunen deze aanpak procesmatig.

Urgentieteam

Inmiddels heeft het ‘Urgentieteam’ vanuit de Stuurgroep van het Brabantberaad de opdracht gekregen deze ondersteuning vorm te geven. De provincie ondersteunt dit met procesgeld. Het team bestaat uit:
•    Hans van Dommelen (trekker, ondersteuningsteam de Peelhorst)
•    Jack van Dijck (ondersteuningsteam de Peelhorst)
•    Herman Litjens (ZLTO)
•    Geert Verstegen (BMF)
•    Henk Jans (GGD)
•    Marco Peeters (Stuurgroep Dynamisch Platteland/Omgevingsdienst Zuidoost Brabant)
•    Ton Hermanussen (Omgevingsdienst Brabant Noord)
•    Theo vd Ven (gemeente Oirschot)
•    Mechie Beurskens (gemeente Sint Anthonis)
•    Jan Buys (Provincie Noord-Brabant).

Het urgentieteam gaat gemeenten en andere partijen ondersteunen bij / met:
1.    De aanpak om te komen tot een verbeterplan;
2.    De procesbegeleiding bij urgentiegebieden;
3.    Het maken van een overzicht van beschikbare instrumenten (juridisch, financieel, procesmatig);
4.    Het aanpakken van knelpunten.
Het team gaat niet eigenstandig aan de slag, maar doet dit op verzoek van partijen.
De komende weken maakt het team zijn opdracht concreet. Samen met het Implementatieteam organiseert het urgentieteam dit voorjaar een themabijeenkomst voor gemeenteambtenaren.

U kunt het urgentieteam bereiken via urgentieteam@netwerkdepeelhorst.nl

Waar liggen de urgentiegebieden?

De gemeenten bepalen samen met de bewoners waar urgentie- en impactgebieden liggen. De kaarten in het planMER van de Structuurvisie ruimte 2014 met overbelasting door geur en fijn stof bieden hiervoor een eerste handvat (klikken in linkerkolom op documenten, daarna verschijnt in rechterkolom o.a. de planMER met bijbehorende kaarten). De Omgevingsdiensten kunnen de gemeenten voorzien van meer gedetailleerde kaarten. Informatie over de beleving van het leefklimaat en gezondheid komt uit klachtenregistraties, de gesprekken met de bewoners en dergelijke. De urgentiegebieden worden waar mogelijk afgestemd / gecombineerd met de aanpak van de ammoniakproblematiek. Globaal gaat het in elk geval om gebieden in de Peel, Kempen en Baronie. Het onderstaande lijstje geeft de gemeenten weer met de hoogste percentages geurbelasting en is een eerste handvat.

Op basis van modelberekeningen is in de volgende gemeenten de grootste overschrijding van de normen voor geur en fijn stof. Hier zijn dus de meeste urgentiegebieden te verwachten:

Een toelichting op de totstandkoming van deze lijst staat in het document: Toelichting op ‘lijstje 20 gemeenten met meeste overlast’.

In de overige Brabantse gemeenten zijn er ook plekken met overschrijding van de normen voor geur en fijn stof. Samen met beleving en andere factoren van overbelasting kunnen daar dus ook urgentiegebieden aangewezen worden.

Wat gaat er in de urgentiegebieden gebeuren? Het Verbeterplan

De gemeenten maken samen met burgers, boeren, banken en andere betrokkenen in een urgentiegebied een verbeterplan. Partijen doen mee op basis van gelijkwaardigheid. Iemand waarin de partijen vertrouwen hebben begeleidt dit proces. Vorm en inhoud zijn daarbij vrij. Elementen die daar in aan de orde kunnen komen zijn:

  1. oorzaken overbelasting in beeld brengen;
  2. de (verschillen tussen) de vergunde en feitelijke situatie;
  3. stoppers in beeld brengen en zo mogelijk versneld stoppen met bedrijfsuitoefening;
  4. afspraken maken over de benutting van vrijkomende locaties;
  5. innovatie stimuleren en ondernemers aanspreken om oude stalsystemen aan te pakken (vervangingsinvesteringen);
  6. mogelijkheden voor omschakelen naar andere functies;
  7. verplaatsen naar een geschikte locatie buiten het urgentiegebied;
  8. saneren (eventueel ook andere functies, zoals wonen);
  9. onderlinge communicatie en samenwerking tussen bewoners en ondernemers.

De verbeterplannen worden waar mogelijk afgestemd / gecombineerd met de aanpak van de ammoniakproblematiek.

Communicatie

Een goede communicatie en informatievoorziening tussen alle partijen is cruciaal. In een urgentiegebied en over de urgentiegebieden gezamenlijk. Transparantie en vertrouwen staan centraal. Er komt een procedure voor registratie en afhandeling van klachten over overlast door veehouderijbedrijven. Overheden dragen zorg voor adequate monitoring, handhaving en evaluatie.

Financiering

In het Brabant Beraad is het volgende afgesproken: “Alle (keten)partijen nemen hun verantwoordelijkheid bij uitvoering en/of financiering van het verbeterplan: ondernemers, banken, ketenpartners, bewoners en andere gebruikers van het gebied, gemeenten, en provincie. Hierbij worden de mogelijkheden voor fondsvorming onderzocht.” De financiering zal dus per gebied verschillen. Ter ondersteuning daarvan willen de partners in het Brabant Beraad tot overkoepelende afspraken komen (tussen overheden, banken etc).

Wat is de planning?

In het Brabant Beraad is afgesproken dat de gemeenten voor de zomer van 2014 een overzicht van urgentiegebieden bespreken in het Brabant Beraad. Op dit moment gaan we uit van de volgende planning:

  • de collegeakkoorden van de desbetreffende gemeenten bevatten afspraken over de aanpak van urgentiegebieden (maart / april 2014);
  • in juni 2014 hebben B&W een overzicht van urgentiegebieden vastgesteld en besproken in het Brabant Beraad;
  • in september 2014 hebben de gemeenteraden de urgentiegebieden aangewezen;
  • einde 2014 zijn er in Brabant ten minste vijf verbeterplannen vastgesteld en in uitvoering.

Wat gebeurt er tot de urgentiegebieden aangewezen en verbeterplannen vastgesteld zijn?

In het Brabant Beraad is afgesproken: “In afwachting van de vaststelling van de lijst met urgentiegebieden breidt de veestapel in de urgentiegebieden niet uit. De gemeenten acteren daartoe (waar nodig met steun van de provincie) als marktmeester om nieuwe ontwikkelingen slechts mogelijk te maken binnen de door stoppers uit het urgentiegebied ingeleverde ruimte.”
Het is dus aan de gemeenten om dit in te vullen. Sommige gemeenten hebben dit al gedaan in hun bestemmingsplan of geurverordening. De provincie ondersteunt dit via de bepalingen in de Verordening ruimte (vooral via de normen voor geur en fijn stof) en Verordening stikstof en Natuurbeschermingswet.

 


Nieuws over dit onderwerp

Gerelateerde evenementenRSS Feed

  • Geen resultaten gevonden.